|
OOGDRUK
|

|

|
|
fig. 3
|
fig. 4
|
De oogdruk is de balans tussen de aanmaak en de afvoer
van vocht in het oog.
Normaal is de oogdruk lager dan 21 mmHg.
Indien deze vochtbalans verstoord is (als de vochtaanmaak te hoog is in
verhouding tot de afvoer) zal de oogdruk stijgen. (fig.3)
De oogdrukmeting gebeurt bij de oogarts met de pneumotonometer (screening)
of de applanatietonometer (nauwkeuriger resultaat). (fig.4)
Een geïsoleerde oogdrukmeting zegt evenwel onvoldoende!
Bij sommige patiënten is de oogdruk namelijk laag en toch ontwikkelen zij een
gevaarlijk glaucoom ('Normotensief' Glaucoom).
|

|
|
fig. 5
|
Anderen hebben daarentegen
een druk die flink boven de 21 mm Hg kan liggen, en ontwikkelen geen
glaucoom (Oculaire Hypertonie).
Bijkomende factoren bepalen dus of een patiënt al dan niet lijdt aan
glaucoom (zie gezichtsveldonderzoek, oogzenuw).
OOGZENUW
|

|
 |
|
fig. 6
|
fig. 7
|
De oogzenuw (fig. 5)
is samengesteld uit miljoenen kleine zenuwen die allen instaan voor het
gezichtsveld (beeldomtrek).
Deze zenuwen zijn gevoelig aan drukschommelingen en raken
"verplet" door een verhoogde oogdruk. (fig. 6 en 7)
Indien een groot deel van deze zenuwen is afgestorven, ontstaat er een
uitholling in de oogzenuw. Het gevolg hiervan is dat er delen uit het
gezichtsveld wegvallen. (fig. 8 en 9)
De oogarts zal bij patiënten ouder dan 40 om de 2 jaar het aspect van de
oogzenuw beoordelen.
Moderne instrumenten laten immers toe een "foto" (scanning) van
de oogzenuw te maken.
Hierdoor kan een eventuele toename van de schade aan de oogzenuw in beeld
gebracht worden. (fig. 10)
GEZICHTSVELDONDERZOEK
|
 |
| fig. 11
|
fig. 12
|
Het gezichtsveld is het
deel van de omgeving dat een oog kan waarnemen als het gericht is op een
vast punt. In het centrum van het gezichtsveld ziet men normaal het
scherpst. Verder naar buiten toe wordt het zicht minder scherp.
Bij een gezichtsveldonderzoek kijkt u naar een vast punt in een
halve bol.
Op verschillende plaatsen in de bol worden lichtjes met verschillende
lichtintensiteit getoond. Met een druktoets geeft de patiënt aan het
lichtje te zien. (fig. 11) Al deze antwoorden worden in kaart
gebracht. (fig. 12)
Aldus kan de oogarts beoordelen of het gezichtsveld gestoord is en kan hij
een eventuele toename van gezichtsvelddefecten in de tijd beoordelen.
|