Het oog (fig. 1) zet lichtstralen om naar elektrische
signalen.
De hersenen verwerken deze signalen en daardoor kunnen wij zien.
fig. 1
fig. 2
In het normale oog worden de lichtstralen gebroken door
het hoornvlies en de lens zodat ze bij elkaar komen in een brandpunt dat op
het netvlies ligt (fig. 2).
fig. 3
Aldus wordt een scherpe afbeelding van de omgeving door
de netvliescellen waargenomen.
Vervolgens wordt dit beeld in de vorm van zenuwimpulsen door-gegeven naar
de hersenen (fig. 3).
Er zijn drie verschillende brekingsafwijkingen van het
oog: