|

|
|
fig. 3
|
Een flinke
scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar.
Maar er zijn ook kleine scheelziensafwijkingen die niet of nauwelijks
opvallen en daardoor minder ernstig lijken.
De gevolgen zijn echter gelijk. Een kleine afwijking kan alleen door
gericht onderzoek worden ontdekt. (fig. 3)
Het is mogelijk dat de afwijking al langere tijd bestaat en dat er sprake
is van een lui oog. Wanneer het scheelzien pas op oudere leeftijd optreedt,
is de kans op een lui oog klein. In dat geval kan het beeld van het
afwijkende oog minder gemakkelijk worden onderdrukt en kan dubbelzien
optreden. Het kind knijpt dan vaak één oog dicht, houd de hand voor het oog
of klaagt over dubbelzien.
|