Op veel consultatiebureaus voor zuigelingen en kleuters worden tegenwoordig de oogjes volgens een vast onderzoeksprogramma nagekeken. Wanneer de onderzoekende arts
twijfelt aan de stand van de ogen of aan de kwaliteit van het zien, verwijst hij het kind door naar de oogarts. De oogarts doet al bij jonge kinderen uitgebreid
onderzoek naar de stand en de samenwerking van de ogen. (fig.4) Ook worden de oogbewegingen onderzocht en wordt de gezichtsscherpte van elk oog afzonderlijk bepaald. De
oogarts zal de ogen indruppelen om de pupillen te verwijden. Zo kan de oogarts de ogen van binnen bekijken en zien of ze gezond zijn. Tegelijk wordt vastgesteld of
een brilcorrectie nodig is. (fig.5) Deze druppels zijn in enkele uren uitgewerkt.
 |
 |
| fig. 4 |
fig. 5 |
|